12 resultaten gevonden voor 'osteomyelitis'

  • Acute osteomyelitis ICPC-2: L70; ICD-10: M86.1

    Osteomyelitis is een ontstekingsproces dat gepaard gaat met botdestructie en wordt veroorzaakt door een micro-organisme. Acute osteomyelitis komt vooral voor bij kinderen en ontwikkelt zich over enkele dagen tot weken, Bij een duur langer dan 10 dagen treedt botnecrose op en dreigt de infectie chronisch te worden. Bij een direct adequate behandeling gaat acute osteomyelitis in minder dan 5% van de gevallen over in een chronische ontsteking.

    Lees verder ›
  • Chronische osteomyelitis ICPC-2: L70; ICD-10: M86.6

    Chronische osteomyelitis is een bot/beenmergontsteking die zich ontwikkelt over maanden tot soms jaren. Kenmerkend zijn het persisteren van micro-organismen, een weinig actieve ontsteking en de aanwezigheid van dood bot (sekwester) en een of meer fistels. Klassiek voor het ziektebeeld zijn episodes van lokale pijn met tekenen van cellulitis, met of zonder koorts, waarbij de klachten verminderen na ontlasting van pus door een fistelopening. Kenmerkend is de slechte genezingstendens en een geprotraheerd beloop.

    Lees verder ›
  • Diabetische voet ICPC-2: T90;T89; ICD-10: E14.5

    Het begrip diabetische voet omvat een verscheidenheid van afwijkingen aan de voeten, die alleen of in combinatie vaker voorkomen bij patiënten met diabetes mellitus.

    Lees verder ›
  • Heuppijn/Mank lopen bij kinderen ICPC-2: L13;L29; ICD-10: R26

    Heuppijn is pijn gelokaliseerd in het gebied van het heupgewricht. Het heupgewricht wordt gevormd door het acetabulum en het caput femoris. Kinderen kunnen de precieze plek van de pijn vaak moeilijk aangeven. Jonge kinderen klagen niet over pijn, maar lopen mank of weigeren te lopen: ook oudere kinderen kunnen mank lopen zonder over pijn te klagen.

    Lees verder ›
  • HACEK-groep bacteriën

    De HACEK-groep bacteriën is een verzameling bacteriesoorten uit de mond-keelholte met als gemeenschappelijk kenmerk dat ze endocarditis kunnen veroorzaken. Deze groep van organismen is gezamenlijk verantwoordelijk voor 3-5% van alle gevallen van bacteriële endocarditis. Het zijn kleine gramnegatieve bacteriën die voor hun groei afhankelijk zijn van een verhoogde CO-concentratie. De soorten groeien langzaam op de standaardvoedingsbodems als bloed- of chocoladeagar (48-72 uur).

    Lees verder ›
  • Bloedkweek

    Het doel van een bloedkweek is het aantonen van de aanwezigheid van bacteriën (of gisten) in het bloed.

    Lees verder ›
  • Brucella abortus, Brucella melitensis, Brucella suis

    is een gramnegatieve, facultatief intracellulaire bacterie met bijzondere groei-eisen. In vitro groeit de bacterie langzaam en alleen in aanwezigheid van verhoogde CO-concentratie.

    Lees verder ›
  • Hemolytische streptokokken groep A (Streptococcus pyogenes)

    Streptokokken zijn grampositieve bacteriën die in ketens groeien ( = ketting/keten). heeft de eigenschap dat het, door de productie van streptolysine, erytrocyten afbreekt, waardoor er op de bloed-agarplaat een transparante hof om de kolonie te zien is. Met behulp van de Lancefield-classificatie kunnen hemolytische streptokokken worden onderverdeeld in groep A, B, C en G op basis van een groepspecifiek polysacharide. Naast het streptolysine, bevat de bacteriesoort een reeks van andere virulentiefactoren, waaronder M-proteïne, dat bescherming biedt tegen fagocytose, DNasen (afbraak van DNA) en pyrogene exotoxines waardoor onder andere koorts, exantheem, fasciitis en septische shock kunnen ontstaan.

    Lees verder ›
  • MRSA

    Meticillineresistente is een die door het vermogen om een speciaal penicillinebindend eiwit (PBP) te produceren resistent is tegen de werking van vrijwel alle β-lactamantibiotica (penicilline, cefalosporine en carbapenem). Bij veel MRSA’s is daarnaast nog sprake van resistentie tegen andere klassen antibiotica, waardoor in sommige gevallen effectieve behandeling van ernstige infecties zeer bemoeilijkt wordt.

    Lees verder ›
  • Staphylococcus aureus

    is een grampositieve bacterie die zijn naam dankt aan de groei in clusters of trossen (σταφιλη = druiventros). De bacterie is in staat een groot aantal virulentiefactoren te produceren die een belangrijke rol spelen bij infecties zoals kapselpolysachariden, hemolysines en cytotoxines, diverse enzymen als coagulase, DNase en protease en oppervlakte-eiwitten als proteïne A.

    Lees verder ›
  • Aspecifieke lage rugpijn ICPC-2: L03; ICD-10: M53.3;M54.0;M54.5

    Aspecifieke lage rugpijn is rugpijn die is gelokaliseerd onder de scapulapunten en boven de bilplooien, waarbij geen specifieke oorzaak aanwijsbaar is. De diagnose berust op basis van uitsluiting van een lichamelijke afwijking die de klachten verklaart. Men spreekt van acute lage rugpijn als de klachten korter dan 6 weken bestaan. Subacute lage rugpijn bestaat 6-12 weken en chronische lage rugpijn bestaat langer dan 12 weken of recidiveert steeds.

    Lees verder ›
  • Meningitis ICPC-2: N71; ICD-10: G00;G01;G02;G03

    Meningitis is een ontsteking van de meningen/hersenvliezen. Het klassieke klinisch beeld wordt gekenmerkt door meningeale prikkelingsverschijnselen: nekstijfheid, opisthotonus, teken van Brudzinski en teken van Kernig. Daarnaast treden algemene ziekteverschijnselen als koorts, hoofdpijn, misselijkheid, braken en fotofobie op, al of niet in combinatie met verwardheid en daling van het bewustzijn. Bij jonge kinderen en bejaarden kan meningitis zich aspecifiek manifesteren.

    Lees verder ›