23 resultaten gevonden voor 'malabsorptie'

  • Microscopisch onderzoek feces

    Opsporen van mogelijke oorzaak van malabsorptie in het spijsverteringsorgaan.

    Lees verder ›
  • Coeliakie ICPC-2: D99; ICD-10: K90.0

    Coeliakie is een aandoening van de dunne darm, waarbij gluten een reactie induceert, die leidt tot een T-cel gemedieerde ontstekingsreactie, crypthyperplasie en vlokatrofie, met als gevolg functieverlies. Gluten is een verzamelnaam voor eiwitten (waaronder gliadine) die voorkomen in de graansoorten tarwe, rogge en gerst.1

    Lees verder ›
  • Lactose-H2-ademtest

    Aantonen van gestoorde absorptie van koolhydraten, in het bijzonder lactose en fructose.

    Lees verder ›
  • Vet in feces

    Bepaling van de vetuitscheiding in feces.

    Lees verder ›
  • Macrocytair anemie ICPC-2: B81; ICD-10: D52.9

    Macrocytaire anemie is een anemie met een verhoogd MCV (mean corpuscular volume) (> 100fl). Macrocytaire anemieën worden vanouds, op grond van het celbeeld van het beenmerg, ingedeeld in megaloblastaire en normoblastaire anemieën.

    Lees verder ›
  • Fosfaat

    Bepalen van hyper/hypofosfatemie en van hyper/hypofosfaturie.

    Lees verder ›
  • Chronische diarree ICPC-2: D11; ICD-10: K52.9

    Diarree is een symptoom dat bij talrijke gastro-intestinale ziekten aanwezig is, soms ook bij ziekten die niet van gastro-intestinale aard zijn. Diarree wordt gedefinieerd als 3 of meer dunvloeibare of ongevormde ontlastingen per dag, met een gewicht van meer dan 200 g feces per dag bij kinderen en volwassenen, of meer dan 10 g feces per kg lichaamsgewicht per dag bij kleine kinderen.1 Na 2 tot 4 weken spreekt men van chronische diarree.1,2

    Lees verder ›
  • Albumine, in serum

    Bepaling van albumine in serum.

    Lees verder ›
  • Microcytair anemie ICPC-2: B80; ICD-10: D50.8

    Microcytaire anemie is een anemie met een verlaagd MCV (mean corpuscular volume) (< 80 fl).

    Lees verder ›
  • Botmerkers (o.a. CTx, NTx, DPD, OC, P1NP, BAP)

    Botmerkers worden in het bloed en de urine gemeten om afwijkingen in het botmetabolisme vast te stellen, waarbij een evenwicht tussen aanmaak en afbraak aanwezig hoort te zijn. Botmarkermetingen zijn geschikt als follow-up van osteoporosetherapie.

    Lees verder ›
  • Calcium

    Vaststellen of uitsluiten van een ontregeling van de calciumhomeostase. Vervolgen van de behandeling van hyper- of hypocalciëmie.

    Lees verder ›
  • Ceruloplasmine

    Uitsluiten of bevestigen van een ceruloplasminetekort, deels in aanvulling op de bepaling van koper.

    Lees verder ›
  • Cholesterol

    Bepalen van cholesterol in serum/heparineplasma.

    Lees verder ›
  • Eiwit (totaal) in serum, plasma en urine en eiwitspectrum

    Bepaling van totaaleiwit in serum/plasma.

    Lees verder ›
  • Galzuren in feces

    Bepaling van galzuren in feces.

    Lees verder ›
  • Gastrine

    Meting van verhoogde of verlaagde gastrineproductie.

    Lees verder ›
  • Diarree bij terugkeer uit de tropen ICPC-2: D99; ICD-10: K90.1

    Diarree is een symptoom dat bij talrijke gastro-intestinale ziekten aanwezig is, soms ook bij ziekten die niet van gastro-intestinale aard zijn. Diarree wordt gedefinieerd als 3 of meer dunvloeibare of ongevormde ontlastingen per dag, met een gewicht van meer dan 200 g feces per dag bij kinderen en volwassenen, of meer dan 10 g feces per kg lichaamsgewicht per dag bij kleine kinderen.1

    Lees verder ›
  • Metopirontest, metyrapontest

    Met de metopirontest kan men een inschatting maken van stoornissen in de terugkoppeling van cortisol op het hypothalamus-hypofysesysteem.

    Lees verder ›
  • Protrombinetijd (PT)

    Screeningsonderzoek van de extrinsieke en gemeenschappelijke routes van het stollingssysteem.

    Lees verder ›
  • Triglyceriden

    Vaststellen triglyceridenconcentratie in serum of plasma.

    Lees verder ›
  • Pancreatitis ICPC-2: D99; ICD-10: K85;K86

    Pancreatitis is een ontsteking van het pancreas. Van acute pancreatitis kunnen 2 vormen worden onderscheiden, namelijk acute interstitiële (in het algemeen licht en zelflimiterend) en acute necrotiserende pancreatitis (ernstige vorm; de mate van necrose correleert met de ernst van de aanval en de systemische manifestaties).1 Om de ernst van een acute pancreatitis te voorspellen, wordt vaak gebruik gemaakt van classificatiesystemen zoals de APACHE II-score, de Glasgowscore of de Ransoncriteria.2

    Lees verder ›
  • Ziekte van Parkinson ICPC-2: N70; ICD-10: G20;G21;G22

    De ziekte van Parkinson is een progressieve neurodegeneratieve aandoening van het extrapiramidale systeem. De kenmerkende verschijnselen zijn geleidelijk toenemende hypokinesie en bradykinesie, rusttremor, rigiditeit en gestoorde houdingsreflexen met veelal een asymmetrisch klachtenpatroon. Bij een deel van de patiënten treden naast de kenmerkende symptomen ook stoornissen van het autonome zenuwstelsel en van psychische functies op, o.a. samenhangend met verlies van niet-dopaminerge neuronen.

    Lees verder ›
  • Prikkelbaredarmsyndroom ICPC-2: D93; ICD-10: K58

    Het prikkelbaredarmsyndroom (irritable bowel syndrome) kan aan de hand van de zogenaamde ‘Rome-criteria’ gedefinieerd worden als de aanwezigheid gedurende ten minste 12 weken (hoeft niet opeenvolgend) tijdens de voorafgaande 12 maanden van buikpijn of een onaangenaam gevoel in de buik, dat niet verklaard kan worden door biochemische of structurele afwijkingen en waarbij ten minste 2 van de volgende 3 kenmerken aanwezig zijn:1

    Lees verder ›