17 resultaten gevonden voor 'abces'

  • Entamoeba

    Amoeben zijn eencellige parasieten () die normaal gesproken in de darm leven. Amoebiasis wordt veroorzaakt door . Daarnaast bestaan er nog verscheidene niet-pathogene amoebensoorten, zowel behorende tot het geslacht (o.a. ) als de soorten en . De (kleine vegetatieve) amoeben leven in de dikke darm. Zij voeden zich daar onder andere met bacteriën en vermenigvuldigen zich door deling. Een gedeelte van de amoeben rondt zich af en vormen een stevige wand. Deze cysten worden met de ontlasting uitgescheiden en zijn direct infectieus. Bij kunnen de vegetatieve amoeben zich ook ontwikkelen tot grote invasieve amoeben. Deze voeden zich met bloed en weefsel en beschadigen de mucosa en submucosa van de dikke darm waarbij kleine bloedende laesies ontstaan. Hierdoor komt er bloed bij de ontlasting (dysenterie). Het is ook mogelijk dat de grote invasieve amoeben door de darmwand de bloedcirculatie bereiken en in organen, veelal de lever, terechtkomen. Hier kunnen ze een karakteristiek abces vormen. De meeste gevallen van een amoebenabces zullen binnen de eerste 3-6 maanden na terugkomst uit een endemisch (sub)tropengebied gevonden worden. Maar men dient er op bedacht te blijven bij iedereen die ooit in een dergelijk gebied geweest is.

    Lees verder ›
  • Appendicitis acuta ICPC-2: D88; ICD-10: K37

    Appendicitis acuta is een acute ontsteking van de appendix vermiformis. De typische (klassieke) acute appendicitis begint met slecht gelokaliseerde pijn in het epigastrium of periumbilicaal die zich later lokaliseert rechts onder in de buik (migratie). Anorexie, misselijkheid en braken zijn vaak aanwezig. De temperatuur is meestal licht verhoogd (37,8-38,3°C) en er is in het algemeen (matige) leukocytose.1,2

    Lees verder ›
  • Epilepsie ICPC-2: N88; ICD-10: G40

    Epilepsie wordt gekenmerkt door het herhaald optreden van epileptische aanvallen. Dat zijn aanvallen van gedragsverandering of sensaties die het gevolg zijn van excessieve ontladingen van (populaties van) neuronen in de hersenen.

    Lees verder ›
  • Acute keelpijn ICPC-2: R74; ICD-10: J02

    Acute keelpijn is plotseling optredende pijn in de keel, die nog niet langer dan 2 weken bestaat.

    Lees verder ›
  • Meningitis ICPC-2: N71; ICD-10: G00;G01;G02;G03

    Meningitis is een ontsteking van de meningen/hersenvliezen. Het klassieke klinisch beeld wordt gekenmerkt door meningeale prikkelingsverschijnselen: nekstijfheid, opisthotonus, teken van Brudzinski en teken van Kernig. Daarnaast treden algemene ziekteverschijnselen als koorts, hoofdpijn, misselijkheid, braken en fotofobie op, al of niet in combinatie met verwardheid en daling van het bewustzijn. Bij jonge kinderen en bejaarden kan meningitis zich aspecifiek manifesteren.

    Lees verder ›
  • Acute osteomyelitis ICPC-2: L70; ICD-10: M86.1

    Osteomyelitis is een ontstekingsproces dat gepaard gaat met botdestructie en wordt veroorzaakt door een micro-organisme. Acute osteomyelitis komt vooral voor bij kinderen en ontwikkelt zich over enkele dagen tot weken, Bij een duur langer dan 10 dagen treedt botnecrose op en dreigt de infectie chronisch te worden. Bij een direct adequate behandeling gaat acute osteomyelitis in minder dan 5% van de gevallen over in een chronische ontsteking.

    Lees verder ›
  • Chronische osteomyelitis ICPC-2: L70; ICD-10: M86.6

    Chronische osteomyelitis is een bot/beenmergontsteking die zich ontwikkelt over maanden tot soms jaren. Kenmerkend zijn het persisteren van micro-organismen, een weinig actieve ontsteking en de aanwezigheid van dood bot (sekwester) en een of meer fistels. Klassiek voor het ziektebeeld zijn episodes van lokale pijn met tekenen van cellulitis, met of zonder koorts, waarbij de klachten verminderen na ontlasting van pus door een fistelopening. Kenmerkend is de slechte genezingstendens en een geprotraheerd beloop.

    Lees verder ›
  • Palpabele mammatumor ICPC-2: X19; ICD-10: N63

    Een palpabele mammatumor is een hoeveelheid weefsel met afwijkende consistentie ten opzichte van het overige mammaweefsel.

    Lees verder ›
  • Bakercyste ICPC-2: L87; ICD-10: M71.2

    Een Bakercyste (kniekuilcyste) is een niet-pijnlijke fluctuerende zwelling in de knieholte. De cyste kan worden veroorzaakt door een herniatie van de synoviale bekleding van het gewrichtskapsel, of door een bursa van de M. semimebranosus of de kop van de mediale gastrocnemius. De zwelling is meer prominent bij volledige extensie van de knie dan bij lichte flexie.

    Lees verder ›
  • Acute cholecystitis ICPC-2: D98; ICD-10: K81

    Acute ontsteking van de wand van de galblaas.

    Lees verder ›
  • Diepveneuze trombose ICPC-2: K94; ICD-10: I80.2

    Diepveneuze trombose (DVT) is een partiële of gehele afsluiting van de diepe, tussen de spieren gelegen, veneuze vaten van het been/bekken door een thrombus. DVT is de belangrijkste manifestatie van veneuze trombose, met longembolie als complicatie.1

    Lees verder ›
  • Urinesediment

    Semikwantitatief onderzoek urinesediment bij verdenking op afwijkingen aan of ziekten van de nieren en de urinewegen.

    Lees verder ›
  • Lumbosacraal radiculair syndroom ICPC-2: L86; ICD-10: M47.1;M47.2;M51.0;M51.1;M51.2; M51.3;M51.4; M51.8;M51.9;M54.3;M54.4

    Het lumbosacraal radiculair syndroom wordt gekenmerkt door uitstralende pijn in een of meer lumbale of sacrale dermatomen, al dan niet gepaard gaande met andere radiculaire prikkelings- of uitvalsverschijnselen (sensibiliteitsstoornissen, krachtverlies, reflexafwijkingen, mictiestoornissen).

    Lees verder ›
  • Ovariumcarcinoom ICPC-2: X77; ICD-10: C56

    Een ovariumcarcinoom is een maligne tumor uitgaande van het ovarium. Tachtig procent van de ovariumtumoren zijn epitheliaal van oorsprong, zij ontstaan uit het coeloomepitheel, waaruit het kapsel van het ovarium, maar ook de tuba en het peritoneum zijn opgebouwd. Het tubacarcinoom en het extra-ovariële carcinoom van het peritoneum gedragen zich daarom hetzelfde als het ovariumcarcinoom en worden op dezelfde manier behandeld. De kiemcel tumoren, zoals bijvoorbeeld het dysgerminoom en het immatuur teratoom, treden op een veel jongere leeftijd op, meestal rond de 20 jaar. De stromaceltumoren ontstaan uit het stroma van het ovarium. Zij kunnen zowel op jonge als oudere leeftijd ontstaan. De diagnose ovariumcarcinoom kan alleen door histologisch onderzoek worden gesteld. De stadiumindeling wordt gedaan volgens de richtlijnen van de FIGO en is noodzakelijk voor het vaststellen van de juiste behandeling. FIGO-stadium I (het carcinoom is beperkt tot de ovaria), stadium II (uitbreiding in het kleine bekken), stadium III (verspreiding in de buikholte buiten het kleine bekken), stadium IV (metastasen buiten de buikholte). Het stadium wordt veelal chirurgisch vastgesteld, met uitzondering van stadium IV waarbij een CT-scan meestal de aanvullende informatie over de extraperitoneale metastasen geeft.

    Lees verder ›
  • Parotiszwelling ICPC-2: D83; ICD-10: K11.1

    Parotiszwelling is een uni- of bilaterale zwelling van de glandula parotidea.

    Lees verder ›
  • Pelvic inflammatory disease ICPC-2: X74; ICD-10: N70

    Pelvic inflammatory disease (PID) is een ontsteking in het kleine bekken ten gevolge van een opstijgende infectie vanuit de vagina en de cervix naar het metrium, de tubae en aangrenzende structuren (parametria, peritoneum).

    Lees verder ›
  • Schedeltrauma ICPC-2: N80; ICD-10: S06;S07

    Het schedel-hersenletsel (trauma capitis) kan worden onderverdeeld in lichte en (matig) ernstige schedel-hersenletsels.1

    Lees verder ›