49 resultaten gevonden voor 'portale hypertensie'

  • Levercirrose ICPC-2: D97; ICD-10: K74

    Levercirrose is een chronische leveraandoening bestaande uit (nodulaire) regeneratie en verlittekening (fibrose) van de lever als reactie op hepatocellulaire necrose. Levercirrose kan leiden tot verminderde leverfunctie met als mogelijke complicaties portale hypertensie en varicesbloedingen, encefalopathie, water- en zoutretentie met ascitesvorming en als eindstadium het hepatorenaal syndroom.

    Lees verder ›
  • Hypertensie ICPC-2: K86; ICD-10: I10

    De bloeddruk is verhoogd wanneer deze hoger dan of gelijk is aan 140 mmHg systolisch en/of 90 mmHg diastolisch (Korotkoff V). Dit geldt ook voor personen ouder dan 60 jaar.1

    Lees verder ›
  • Ascites ICPC-2: D29; ICD-10: R18

    Ascites is een spontane ophoping van vrij vocht in de buikholte.1 De voornaamste oorzaak van ascites is levercirrose. Voor de differentiaal diagnose van ascites dient gebruik te worden gemaakt van de serum-ascites-albuminegradiënt (SAAG).2-4 Ascites ten gevolge van portale hypertensie (bijvoorbeeld cirrose, hartfalen) heeft een SAAG ≥ 11 g/l. Ascites ten gevolge van overige aandoeningen, zoals pancreasaandoeningen, maligniteit, of tuberculose, heeft een SAAG < 11 g/l.2-5

    Lees verder ›
  • Feochromocytoom ICPC-2: T99; ICD-10: E27.5

    Feochromocytoom is een zeldzame catecholamineproducerende tumor (incidentie: circa 70 Nederlanders per jaar) uitgaande van het bijniermerg (adrenaal, 90%) of van extra-adrenale locaties (10%).1 Het ziektebeeld presenteert zich met hypertensie (50% aanvalsgewijs) en andere symptomen van een abrupte of chronische overmaat aan catecholaminen: hoofdpijn, palpitaties, overmatig zweten of gewichtsverlies.

    Lees verder ›
  • Primair hyperaldosteronisme ICPC-2: T99; ICD-10: E26

    Primair hyperaldosteronisme, ofwel syndroom van Conn, is een ziektebeeld gekenmerkt door hypertensie in combinatie met neiging tot hypokaliëmie, gebaseerd op een overproductie van aldosteron door een oorzaak in de bijnier, onafhankelijk van renine. Renineafhankelijke hypersecretie van aldosteron wordt secundair hyperaldosteronisme genoemd, met een oorzaak buiten de bijnier.

    Lees verder ›
  • Hemochromatose ICPC-2: T99; ICD-10: E83.1

    Hemochromatose is een genetische ziekte die gepaard gaat met stapeling van ijzer in weefsels. Primaire hemochromatose (ook wel (hereditaire) hemochromatose genoemd) wordt gekenmerkt door een abnormaal verhoogde opname van ijzer door de darmmucosa. Bij secundaire hemochromatose is de stapeling van ijzer het gevolg van veelvuldige bloedtransfusies, onnodige ijzertherapie of een verhoogde afbraak van rode bloedcellen.

    Lees verder ›
  • Diabetes mellitus ICPC-2: T89;T90; ICD-10: E10;E11;E12;E13;E14

    Diabetes mellitus wordt gekenmerkt door verhoogde bloedglucosewaarden en een verhoogde kans op ontstaan van complicaties van ogen, zenuwen, nieren, hart en bloedvaten. Bij diabetes mellitus type 2 is er tevens vaak sprake van hypertensie, vetstofwisselingsstoornissen en andere metabole veranderingen samenhangend met insulineresistentie die tezamen de atherosclerose versnellen en het risico van hart- en vaatziekten aanzienlijk verhogen.

    Lees verder ›
  • Chronische nierschade ICPC-2: U99; ICD-10: N18

    Van chronische nierschade (CNS) wordt gesproken als er meer dan 3 maanden sprake is van persisterende albuminurie of persisterende afwijkingen in het urinesediment al dan niet gepaard gaande met een verminderde glomerulaire filtratie, of wanneer sprake is van een verminderde GFR met of zonder aanwijzingen voor nierschade (= persisterende albuminurie of sedimentsafwijkingen).

    Lees verder ›
  • Cushing-syndroom ICPC-2: T99; ICD-10: E24

    Het syndroom van Cushing (hypercortisolisme) wordt klinisch gekenmerkt door een aantal symptomen die in wisselende combinaties kunnen voorkomen: centripetale obesitas, vollemaansgezicht, proximale spierzwakte, hypertensie, atrofie van de huid, spontane ecchymosen (huidbloedingen), striae, acne, hirsutisme, psychische veranderingen (depressie), oligo/amenorroe, impotentie, osteoporose en gestoorde glucosetolerantie, eventueel leidend tot een variant van type 2 diabetes mellitus. Het syndroom van Cushing moet worden onderscheiden van het pseudo-Cushingbeeld, waarbij overlappende klinische kenmerken kunnen bestaan.

    Lees verder ›
  • Albumine, in serum

    Bepaling van albumine in serum.

    Lees verder ›
  • Antitrypsine, α1- (α1AT), in serum

    Vaststellen van α-antitrypsine (αAT)-deficiëntie door concentratiemeting. Aanvullend kan genoomdiagnostiek plaatsvinden.

    Lees verder ›
  • Thyreotropine-’releasing’ hormoon-test (TRH-test)

    Meting van de respons van prolactine (PRL), humaan groeihormoon (hGH), thyroïdstimulerend hormoon (TSH) op toediening van TRH ter evaluatie van de hypofysefunctie.

    Lees verder ›
  • Focaal leverafwijking ICPC-2: D97

    Een focale leverafwijking is een solide, cysteuze of gemengde afwijking, die bij beeldvormend onderzoek in de lever wordt vastgesteld. De afwijking kan asymptomatisch zijn en als toevalsbevinding bij beeldvorming van andere organen optreden. De afwijking kan ook symptomatisch zijn en bij gericht onderzoek worden vastgesteld.

    Lees verder ›
  • Aldosteron

    Vaststellen van overproductie van aldosteron bij de differentiële diagnostiek van mineralocorticoïdhypertensie.

    Lees verder ›
  • Hartfalen ICPC-2: K77; ICD-10: I50

    De diagnose hartfalen berust op drie pijlers: symptomen passend bij hartfalen, bevindingen bij lichamelijk onderzoek passend bij hartfalen, en objectief bewijs voor een structurele of functionele afwijking van het hart in rust.1

    Lees verder ›
  • Hypercholesterolemie/Dyslipidemie ICPC-2: T93; ICD-10: E78

    In 1999 werd van hypercholesterolemie gesproken indien de totale cholesterolconcentratie in het bloed hoger is dan 5,0 mmol/l. Anno 2011 worden bij cardiovasculaire hoogrisicopatiënten strenge richtlijnen gehanteerd (LDL cholesterol < 2,5 mmol/l).1 Voortschrijdend inzicht heeft de laatste jaren geleid tot verdere aanscherping van de indicatie tot cholesterolverlagende behandeling bij hoogrisicopatiënten (patiënten met diabetes mellitus en/of manifest macrovasculair lijden). Daarbij wordt tegenwoordig in Nederland gestreefd naar een LDL-cholesterol < 2,5 mmol/l. Amerikaanse richtlijnen gaan nog verder met het streven naar LDL-waarden < 1,8 mmol/l bij hoogrisicogroepen.

    Lees verder ›
  • Nierschade ICPC-2: U99; ICD-10: N17;N18

    Aandoening van de nieren, gekenmerkt door een verminderde glomerulaire filtratiesnelheid, zich uitend in een verhoogde creatinineconcentratie in serum of plasma, en/of eiwitverlies met de urine.

    Lees verder ›
  • Tinnitus/Oorsuizen ICPC-2: H03; ICD-10: H93.1

    Tinnitus of oorsuizen is het waarnemen van een geluid in het oor of het hoofd zonder evidente externe geluidsstimulus.

    Lees verder ›
  • Hirsutisme/Virilisatie ICPC-2: S24; ICD-10: L68.0

    Hirsutisme is overmatige haargroei bij vrouwen volgens het mannelijke verdelingspatroon. Virilisatie is vermannelijking, waarbij naast hirsutisme ook andere mannelijke kenmerken optreden (clitoromegalie, habitusverandering).

    Lees verder ›
  • Renine

    Evaluatie van de activiteit van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS).

    Lees verder ›
  • Acute nierschade ICPC-2: U99; ICD-10: N17

    Ziektebeeld, gekenmerkt door een snelle achteruitgang van de glomerulaire filtratiesnelheid (uren-dagen), zich uitend in een snelle stijging (ten minste 44 µmol/l per dag) van het creatinine in serum of plasma met daarbij meestal een afname van de urineproductie. Voor bijkomende begrippen wordt verwezen naar Nierschade, algemeen.

    Lees verder ›
  • Ulcus cruris venosum ICPC-2: S97; ICD-10: I83.0

    Onder een ulcus cruris venosum verstaan we een defect in pathologisch veranderd weefsel aan het onderbeen op basis van chronische veneuze insufficiëntie (CVI). CVI is een lang voortdurende afvloedstoornis van de venen van de extremiteiten door gebrekkige werking van de kleppen, met reflux en decompensatie van het veneuze systeem tot gevolg.

    Lees verder ›
  • Acromegalie ICPC-2: T99; ICD-10: E22.0

    Acromegalie is een ziektebeeld berustend op overproductie van groeihormoon, met een sluipend begin en verloop. De belangrijkste symptomen zijn vergroving van de gelaatstrekken, groei van handen en voeten, overmatig transpireren, gezichtsvelduitval, hoofdpijn, prikkelingen in de handen, vlezige handpalmen en gewrichtsklachten. Bij kinderen en adolescenten bij wie de epifysairschijven nog niet gesloten zijn staat overmatige lengtegroei op de voorgrond (zie Groeistoornissen bij kinderen, te groot).

    Lees verder ›
  • Albumine, in urine

    Het vaststellen van een gestoorde nierfunctie, waarbij er te veel albumine wordt uitgescheiden in de urine.

    Lees verder ›
  • Aortadissectie ICPC-2: K99; ICD-10: I71.0

    Een dissectie van de aorta is een splijting van de vaatwand door bloedophoping in de media via een scheur in de intima. Als complicatie kan op den duur een aneurysmatische verwijding ontstaan (aneurysma dissecans).

    Lees verder ›
  • BNP en NT-proBNP

    Uitsluiten van hartfalen of een cardiale oorzaak van (acute) dyspneu.

    Lees verder ›
  • Atriumfibrilleren ICPC-2: K78; ICD-10: I48

    Atriumfibrilleren (boezemfibrilleren) is een hartritmestoornis die wordt gekenmerkt door ongeorganiseerde elektrische activiteit van de atria. De ventriculaire respons is totaal irregulair, leidend tot een totaal irregulaire pols. Atriumfibrilleren kan in aanvallen optreden (paroxismaal, meestal vanzelf verdwijnend binnen 48 uur) of chronisch zijn. Chronisch atriumfibrilleren wordt onderverdeeld in persisterend (nog wel converteerbaar naar sinusritme) en permanent (niet meer converteerbaar naar sinusritme).

    Lees verder ›
  • Catecholaminen en metabolieten

    Bepaling van catecholaminen of de basische en zure metabolieten voor de diagnostiek van catecholamine-producerende tumoren.

    Lees verder ›
  • Creatinine

    Diagnose, classificatie of vervolgen van renale insufficiëntie. Daarnaast kan creatinine in urine ook gebruikt worden ter controle van de vierentwintiguursverzameling en om de concentratie van andere stoffen (eiwitten, medicatie) te corrigeren voor de verschillen in urineconcentratie (urineportie). Om de glomerulaire filtratiesnelheid (GFR) te kunnen schatten zonder gecompliceerd onderzoek, maakt men tegenwoordig, zoals de KDIGO voorschrijft, gebruik van de CKD-EPI-formule. De klaring bij kinderen (< 18 jaar) kan worden geschat met de Schwartz-formule.

    Lees verder ›
  • ‘High-density lipoprotein’-cholesterol (HDL-c)

    Bepaling van ‘high-density lipoprotein’-cholesterol (HDL-cholesterol) in serum/ heparineplasma.

    Lees verder ›
  • Erectiestoornissen ICPC-2: P08; ICD-10: F52.2

    Erectiele disfunctie is gedefinieerd als een voortdurend of terugkerend onvermogen een erectie te krijgen of vol te houden tot de voltooiing van de seksuele activiteit (in afwezigheid van een voortijdige zaadlozing).

    Lees verder ›
  • Hypothyreoïdie ICPC-2: T86; ICD-10: E03

    Hypothyreoïdie ontstaat door een verminderde afgifte van schildklierhormoon. Bij primaire hypothyreoïdie is de oorzaak van de verminderde afgifte van schildklierhormoon in de schildklier zelf gelegen. Bij secundaire respectievelijk tertiaire hypothyreoïdie is de afgifte van schildklierhormoon verminderd door uitval van TSH op hypofysair respectievelijk van TRH op hypothalaam niveau. Er is sprake van subklinische hypothyreoïdie wanneer TSH is verhoogd bij een normaal FT4 ,1,2 al dan niet gepaard gaande met symptomen. Tijdens veroudering neemt de kans op een subklinische hypothyreoïdie toe, welke dan – in afwezigheid van anti TPO antistoffen – mogelijk geduid kan worden als een energiesparend ouderdomsverschijnsel. Dit hoofdstuk handelt niet over de congenitale hypothyreoïdie die in Nederland wordt vastgesteld met behulp van het screening bij zuigelingen via de zogenaamde hielprik.

    Lees verder ›
  • Porfyrie ICPC-2: T99; ICD-10: E80

    Porfyrie omvat een groep metabole ziekten, waarbij de synthese van haem is gestoord.

    Lees verder ›
  • Angiotensine-I-converterend enzym (ACE)

    Vaststellen van de activiteit van angiotensine-I-converterend enzym (ACE) bij (neuro)sarcoïdose en andere granulomatosen.

    Lees verder ›
  • Angina pectoris ICPC-2: K74; ICD-10: I20.9

    Angina pectoris: beklemmende of drukkende pijn of onaangenaam gevoel op de borst, veroorzaakt door ischemie van het myocard.

    Lees verder ›
  • Anurie ICPC-2: U05; ICD-10: R34

    Anurie betekent een urineproductie van < 50 ml/dag; oligurie een urineproductie van 50-400 ml/dag. Voor oligurie wordt verwezen naar de klinische probleemstelling Nierinsufficiëntie, acute.

    Lees verder ›
  • Cholesterol

    Bepalen van cholesterol in serum/heparineplasma.

    Lees verder ›
  • Buikpijn in de zwangerschap ICPC-2: W29; ICD-10: O26.8

    Bedoeld wordt buikpijn door andere oorzaken dan de normale weeënactiviteit. In deze probleemstelling wordt vooral de nadruk gelegd op complicaties van de zwangerschap en op aandoeningen die buikpijn kunnen veroorzaken, waarbij de zwangerschap mogelijk een oorzakelijke factor is.

    Lees verder ›
  • Glutamyltransferase, γ- (γGT)

    Bepaling van de activiteit van γ-glutamyltransferase (γGT) bij verdenking op lever- en galwegaandoeningen en verdenking op alcoholabusus.

    Lees verder ›
  • ‘Low-density lipoprotein’-cholesterol (LDL-c)

    Bepaling van het ‘low-density lipoprotein’ (LDL)-cholesterol in serum of heparineplasma.

    Lees verder ›
  • Glaucoom ICPC-2: F93; ICD-10: H40

    Glaucoom omvat een groep aandoeningen waarin een optico-neuropathie die gepaard gaat met verlies van zenuwvezels centraal staat. De oogdruk speelt hierin een belangrijke rol en wordt als belangrijkste risicofactor gezien. Verlies van zenuwvezels leidt tot afname van het gezichtsveld en kan uiteindelijk tot blindheid leiden. Vroege opsporing van glaucoom en een tijdige adequate behandeling kunnen schade aan de oogzenuw beperken.

    Lees verder ›
  • Haemoptoe ICPC-2: R24; ICD-10: R04.2

    Haemoptoe is het ophoesten van helderrood bloed uit de tractus respiratorius distaal van de stembanden.

    Lees verder ›
  • Hartkloppingen ICPC-2: K04; ICD-10: R00

    Subjectief: (oncomfortabele) bewustheid van slagen van het hart. Zij kunnen worden gevoeld als hartkloppingen, overslaan, hartbonzen, hartjagen, kloppen in de hals en pijn in de borst.

    Lees verder ›
  • Porfyrinen

    Bij verdenking op porfyrie, loodintoxicatie en hereditaire tyrosinemie (zeldzaam) vaststellen of afwijkingen in het heemmetabolisme passen bij de klachten van de patiënt.

    Lees verder ›
  • Urineonderzoek, kwalitatief

    Onderzoek bij verdenking op afwijkingen aan of ziekten van de nieren en de urinewegen.

    Lees verder ›
  • Viscositeit van plasma

    Bevestiging van verdenking op een verhoogde viscositeit

    Lees verder ›
  • Nefrotisch syndroom ICPC-2: U88; ICD-10: N08

    Nefrotisch syndroom is een symptomencomplex dat wordt gekenmerkt door oedeem, proteïnurie, hypoalbuminemie en hyperlipidemie. Proteïnurie wordt in dit kader gedefinieerd als eiwituitscheiding in de urine van meer dan 3,5 gram per 24 uur (nefrotische proteïnurie).

    Lees verder ›
  • Proteïnurie ICPC-2: U98; ICD-10: R80;N39.1

    Proteïnurie betekent een abnormale eiwituitscheiding in de urine, dat wil zeggen meer dan 150 mg per 24 uur. Deze tekst beperkt zich tot de niet-nefrotische proteïnurie, dat wil zeggen een eiwituitscheiding tussen de 150 mg en 3,5 g per 24 uur.

    Lees verder ›
  • Perifeer arterieel vaatlijden ICPC-2: K92; ICD-10: I70;I73;I74

    Aandoeningen die worden veroorzaakt door een veranderde bloeddoorstroming in de perifere grote en middelgrote slagaders door anatomische en/of functionele afwijkingen, veelal berustend op gefixeerde (atherosclerotische) stenose, soms arteriolenspasmen.1-3

    Lees verder ›